Werking Tabak

0
875

Werking tabak

In de hersenen worden signalen overgedragen door bepaalde stoffen, die neurotransmitters worden genoemd. Deze overdrachtstoffen worden bij het ene zenuwuiteinde afgescheiden en kunnen zich binden aan de receptoren (ontvangers) van andere zenuwen. Deze signaaloverdracht kan worden verstoord, onder meer door stoffen die van buiten het lichaam komen.

De verstorende stof in tabak is nicotine. Nicotine heeft zowel een effect op het centrale zenuwstelsel (de hersenen) als een perifeer effect (in het lichaam).

In de hersenen heeft nicotine een effect op verschillende overdrachtstoffen. De belangrijkste zijn dopamine, noradrenaline, acetylcholine, vasopressine, serotonine en beta-endorfine1. Deze stoffen spelen een rol bij:

  • Genot (dopamine)
  • Waakzaamheid (noradrenaline, acetylcholine)
  • Onderdrukken van de eetlust (dopamine, noradrenaline, serotonine)
  • Stemming (serotonine)
  • Leerproces en geheugen (acetylcholine, vasopressine)
  • Vermindering van angst en spanning (beta-endorfine).

Bij het roken bereikt nicotine al in 7-8 seconden de hersenen, zodat het (belonend) effect snel optreedt.

In het lichaam stimuleert nicotine de afgifte van adrenaline aan het bloed. De adrenaline zorgt voor een “kick”. Het verhoogt de bloeddruk en versnelt de hartslag. Adrenaline dempt het hongergevoel en vermindert het gevoel van moeheid.

Afbraak

Nicotine wordt op twee manieren uitgescheiden:

  • Het grootste deel wordt direct afgebroken door de lever en het afbraakproduct (cotinine) wordt door de nieren via de urine verwijderd. Cotinine heeft een halfwaardetijd van 24 uur en is daarom nog een aantal dagen in het bloed aantoonbaar. Cotinine heeft niet de stimulerende effecten van nicotine.
  • Een kleiner deel van de nicotine verlaat het lichaam direct via de nieren. De halfwaardetijd van nicotine is slechts een uur. Nicotine is daarom slechts een paar uur in het bloed te traceren.

Vanwege de snelle afbraak van nicotine in het lichaam hebben rokers de behoefte om meermalen en verspreid over de dag te roken, zodat hun nicotinespiegel op pijl blijft. Bij 20 sigaretten per dag en 10 inhalaties per sigaret dient een roker zichzelf 200 keer een dosis nicotine toe.

 

Bronnen

 

1 (Benowitz NL. Nicotine addiction. Primary Care 1999;26: 611-631)

Reacties

reacties