• 'Reactiesnelheid van gamers neemt af na 24e levensjaar'

    Agressie bij gamers komt door falen en niet door inhoud

    Videogames met geweld worden vaak verantwoordelijk gehouden voor agressieve gevoelens bij de spelers, maar gevoelens van frustratie en falen tijdens het spelen zijn eerder de aanleiding voor de agressie.

    Dat tonen psychologen van de Amerikaanse University of Rochester deze week aan in het tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology.

    Onderzoekers gebruikten speciaal gemaakte games in zes laboratoriumexperimenten waarbij de interface, de bediening en de moeilijkheidsgraad aan te passen was.

    De bijna zeshonderd personen speelden de games in verschillende variaties (gewelddadige en niet-gewelddadige) en werden daarna getest op agressieve gedachten, gevoelens of gedragingen.

    IJswater

    Eén van de experimenten hield in dat een testpersoon een hand in een kom ijskoud water moest houden gedurende 25 seconden.

    De testpersoon werd verteld dat de duur werd bepaald door de voorganger, maar in feite kreeg iedereen dezelfde tijd. Dit om een competitie-element in te bouwen. Daarna moesten de deelnemers willekeurig een simpele of moeilijke versie van het spel Tetris spelen.

    Na het spelen van het spel moesten de deelnemers bepalen hoe lang iemand de hand in het koude water moest houden. Spelers die een moeilijke versie van Tetris speelden, wilden dat iemand anders de hand gemiddeld tien seconden langer in het pijnlijk koude water hield, dan zij die de simpele versie speelden.

    Frustratie

    De onderzoekers zagen steeds hetzelfde patroon tijdens de experimenten, namelijk dat het niet zozeer te maken had met het verhaal of de beelden, maar met hoe goed of slecht iemand was in een spel. Ook de moeite die het kostte om een spel uit te spelen, leidde tot frustratie.

    Daarnaast onderzochten de psychologen ook driehonderd enthousiaste gamers om te leren of zij ook dergelijke gevoelens kennen en dat bleek inderdaad zo te zijn: een spel niet de baas kunnen worden, zorgt voor gevoelens van frustratie en beïnvloedt het plezier.

    Volgens de onderzoekers is het dan ook te simpel om te stellen dat gewelddadige videogames agressie opwekken.

    “Het is een gecompliceerd onderzoeksgebied en mensen hebben een simplistisch beeld,” legt hoofdonderzoeker Richard Ryan uit op de nieuwssite ScienceDaily. “Ook niet agressieve spelletjes, zoals Tetris of Candy Crush kunnen mensen agressief maken, zo niet agressiever.”

    Door: NU.nl/Krijn Soeteman

  • Voorkom Gameverslaving

    Voorkom gameverslaving

    10 mei 2011
    Uit onderzoek blijkt dat 12.000 jongeren gameverslaafd zijn. Zo’n verslaving gaat vaak samen met gedragsproblemen, depressies en andere verslavingen die de ontwikkeling van jongeren ernstig schaden. Ik zal de minister van Volksgezondheid daarom wederom vragen om laagdrempelige en preventieve hulp voor ouders en kind, om zo verslavingen te voorkomen.

    Voorkomen beter dan genezen

    Gamen kan leuk zijn, maar het moet ook leuk blijven. Als het je leven gaat beheersen dan is er geen sprake meer van lol. Bij gameverslaving geldt, net zoals bij andere verslavingen zoals gokverslaving, dat voorkomen beter is dan genezen. Sinds 2008 vraag ik al aandacht voor preventie en steun voor ouders en kind om gameverslaving te voorkomen. Helaas bezuinigt dit kabinet fors op preventie. De angst bestaat dat gameverslaving, met alle negatieve gevolgen van dien, niet wordt verholpen, maar juist veel groter wordt.
    Advies en hulp bij verslaving

    Uit onderzoek blijkt dat 12.000 jongeren tussen de 13-16 jaar gameverslaafd zijn. Het zijn vooral jongens die meer dan acht uur per dag gamen en verslaafd zijn. Met alle gevolgen van dien, zoals schoolverzuim, het verliezen van je sociale netwerk en depressiviteit. Hier moeten we iets aan doen. Uit onderzoek van Tony de Rooij blijkt dat een ontstane verslaving prima te verhelpen is met therapie, maar dan moet dit wel bereikbaar zijn voor alle mensen. En daar schort het nu aan. Daarom vraag ik de minister om naast de preventie ook hulp aan ouders en kind en behandeling nu eindelijk goed te regelen. Mensen moeten weten waar advies en hulp te krijgen is en dit vervolgens ook krijgen.

    Hieronder de kamervragen die ik de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heb gesteld:

    1. Kent u het bericht * dat uit onderzoek van Tony de Rooij (Erasmus Universiteit) blijkt dat 12.000 jongeren verslaafd zijn aan online gaming en naar verwachting het aantal toeneemt?
    2. In antwoord op mijn eerdere Kamervragen over gameverslaving (07-12-2009) blijkt dat onderzoek wordt gedaan naar de exacte aard, omvang en oorzaak van gameverslaving, specifiek bij jongeren. Beantwoord het onderzoek van Tony de Rooij hieraan? Zo nee, is er nog een ander onderzoek gaande?
    3. Uit het onderzoek van Tony de Rooij blijkt niet alleen dat 12.000 jongeren gameverslaafd zijn, maar ook dat het aantal toe gaat nemen. Deelt u deze zorgen? Zo ja, welke preventieve maatregelen gaat u nemen om dit te voorkomen?
    4. Betekenen uw forse bezuinigingen op preventiebeleid ook dat dit te koste gaat van voorkomen (game) verslaving bij jongeren?
    5. Uw voorganger heeft aangegeven dat (in reactie op onderzoek van Jeroen Lemmers) dat 1 a 2 % van de jongeren een gameverslaving heeft, maar een veel kleiner deel hulp zoekt. Is dit nog steeds zo? Hoe verklaart u dat?
    6. Ons bereiken signalen dat gameverslaving vaak niet wordt herkend door het eerste aanspreekpunt: de huisarts, dat specialistische hulp niet overal beschikbaar is en het aanbod te hoogdrempelig. Herkent u deze signalen? Zo ja, wat gaat u doen om een laagdrempelig aanbod te bevorderen?
    7. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat verbieden van allerlei games heeft geen zin, kinderen weerbaar maken tegen problematisch gamegedrag wel. Klopt het dat preventie van gameverslaving nog steeds niet in de ‘ standaard lespakketten’ wordt aangeboden? Zo ja, waarom niet?
    8. Welke hulp wordt aan ouders en gamers geboden om gameverslaving te voorkomen en signalen van verslaving te herkennen en zelf in te grijpen?
    9. In antwoord op mijn eerdere Kamervragen (07-12-2010) blijkt dat u onderzoek doet naar de effecten van bestaande behandelmethoden gameverslaving. Is het onderzoek inmiddels afgerond en wat zijn de resultaten?
    10. Volgens de DSM classificatie is gameverslaving niet officieel erkend, maar wordt wel hulp geboden, aangezien het volgens professionals gaat om een gedragsverslaving die vaak gepaard gaat met andere problemen zoals gedrag, alcohol en/ of drugs. Is bekend in hoeverre jongeren naast gameverslaving andere problemen hebben en of het hulp aanbod is gericht op meervoudige problematiek?
    11. Wat zijn de ervaringen binnen Europa met jonge gameverslaafden en de de effecten van het (preventieve) hulp aanbod bij gameverslaving?
    Bron:  Lea Bouwmeester. Tweede Kamerlid Verslaving, GGZ en gevangenissen & nos journaal 10 mei 2011

     

  • Gokken Risico’s Beperken

    De risico’s van gokken beperken

    Gokken is nooit zonder risico, maar je kan de risico’s beperken:

    • Probeer je verlies niet terug te winnen: wanneer je verloren hebt is er geen enkele reden om te denken dat je plots toch zou gaan winnen.
    • Hou voor ogen dat je steeds veel meer kans maakt op verlies dan op winst.
    • Weet dat je geen enkele invloed hebt op het verloop van het spel en dat je evenmin resultaten kunt voorspellen. Winst of verlies hangen uitsluitend af van toeval. ‘Slimme berekeningen’, ‘veel oefenen’ of ‘geluksgetallen’ hebben geen invloed.
    • Speel niet steeds op hetzelfde toestel: je krijgt zo de verkeerde indruk ‘jouw toestel’ beter te kennen en zo je kansen te verhogen.
    • Bepaal vooraf hoeveel geld je wil verspelen en stop ook echt als dat geld op is.
    • Leen nooit geld om te gokken.
    • Gok zeker niet met huishoudgeld of met geld dat bedoeld is om iets te betalen/kopen.
    • Zorg dat je niet te veel geld op zak hebt en laat cheques en bankkaarten eventueel thuis als je merkt dat je moeilijk kan stoppen met spelen.
    • Ga na wat je wel en niet leuk vindt aan het gokken: zorg dat je tijd blijft overhouden voor jezelf.
  • Gokken Risico’s

    Risico’s

    Geld winnen en verliezen gaat vaak gepaard met veel emoties. Die spanning maakt gokken voor veel mensen aantrekkelijk, maar ook riskant. Je gaat volledig op in het spel, waardoor je geen controle meer hebt over je speelgedrag. Hoe langer en vaker je gokt, hoe groter de risico’s.

    Gokproblemen kunnen je leven en dat van je omgeving zwaar belasten en zelfs ruïneren. Er kunnen serieuze problemen ontstaan op verschillende vlakken. Hoe meer tijd je besteedt aan gokken, hoe meer geld je nodig hebt. Vaak willen gokkers het verloren geld terugwinnen en dat leidt meer dan eens tot geldproblemen en schulden. Sommige gokkers verspelen het grootste deel van hun salaris of zakgeld. Vaak gaan ze ook geld lenen bij vrienden, thuis of bij de bank en dat gaat soms gepaard met liegen en smoezen verzinnen, om toch maar aan geld te komen.

    Kansspelen nemen ook veel tijd in beslag, waardoor er minder tijd is voor school of werk. Je gedachten worden steeds meer beheerst door het spelen, het bedenken van manieren om te winnen, aan geld te komen of schulden af te lossen. Wie te veel tijd besteedt aan kansspelen, loopt het risico zijn sociale en familiale contacten te verwaarlozen en thuis, op het werk of op school problemen te krijgen.

    Ook al wordt er bij gokken niet echt een middel gebruikt, toch kan er net zoals bij drank en drugs afhankelijkheid (of verslaving) ontstaan, die qua effect vergelijkbaar is met drug- of alcoholafhankelijkheid. Gokken kan zo spannend en opwindend zijn dat je alles om je heen vergeet en als het ware in een roes terechtkomt. Op den duur kan die kick belangrijker worden dan het winnen of verliezen en kunnen mensen geestelijk afhankelijk worden.

    Stoppen met gokken lijkt dan ook op afkicken van drugs. Daar kunnen zelfs ontwenningsverschijnselen bij komen kijken, zoals slaapproblemen, vermoeidheid, trillen, zweten, hoofdpijn, maag- en darmklachten, agressie, angst, depressieve gevoelens, achterdocht en minderwaardigheidsgevoelens.

    Het ene kansspel houdt meer risico’s in dan het andere. Dit hangt onder meer af van:

    • de tijd tussen het inzetten en het moment waarop je weet of je gewonnen hebt of niet (hoe langer deze tijd, hoe kleiner het risico op problematisch gokgedrag);
    • of je als speler de indruk krijgt invloed te hebben op het resultaat (wat natuurlijk niet zo is);
    • hoe groot de inzet en winst is (een spel wordt aantrekkelijker als de inzet klein is en de winst groot);
    • hoe vaak je wint;
    • de toegankelijkheid van een spel.

    Hoeveel mensen in België een gokprobleem hebben is niet exact geweten. Waarschijnlijk zijn er zo’n honderdduizend problematische gokkers, waarvan twintigduizend gokverslaafden. Vaak duurt het lang voor iemand toegeeft dat hij of zij een probleem heeft met gokken.

  • Gokverslaving

    Gok verslaving

    Wat is een gok verslaving en wat is belangrijk om te weten.

    Introductie

    Gok verslaving, de drang om te gokken. In medische termen noemt men dit pathologisch gokken, een psychische aandoening die is ingedeeld bij de stoornissen in de impulsbeheersing. Wie aan deze aandoening lijdt, kan geen weerstand bieden aan de drang om te gokken. Vaak krijgt de aandoening een dwangmatig karakter en noemt men deze ook wel een gokverslaving. Pathologische gokkers houden hun gedrag vaak verborgen om problemen met de omgeving te voorkomen. Gokverslavingen komen het meest bij mannen voor. Bij vrouwen komen in vergelijkbare situaties ook wel koopverslavingen voor.

    Men onderscheidt veelal drie fasen van pathologisch gokken:

    • De winnende fase: het gokken gebeurt nog met plezier. Winst wordt echter niet als toeval gezien, maar als een prestatie. Verlies is domme pech die verholpen kan worden.
    • De verliezende fase: het gedrag is erop gericht om het verlies terug te winnen. Werk of gezin worden in toenemende mate verwaarloosd en er ontstaan meestal schulden. Plezier staat niet meer op de voorgrond.
    • De wanhoopsfase: de gokker is volledig in beslag genomen, raakt sociaal geïsoleerd en kan crimineel gedrag gaan vertonen.

    Ondanks het feit dat de pathologische gokker geen verslavende substanties gebruikt, is zijn gedrag toch sterk met dat van bijvoorbeeld drugsverslaafden te vergelijken. De verslaving heeft fysieke en psychische aspecten. De gokker moet regelmatig gokken en regelmatig de frequentie of inzet verhogen om het gewenste effect te bereiken. Als hij stopt, vertoont hij ontwenningsverschijnselen. De gokker is zich vaak pas bewust van zijn probleem als de problemen met zijn omgeving te groot worden.

  • Een kritische kijk naar gameverslaving

    Een kritische kijk naar gameverslaving

    Actueel – 12.000 gameverslaafde jongeren, maar klopt dat wel?

    Volgens recente studies is gebleken dat gameverslaving een reëel probleem kan vormen voor onze jeugd, maar naar ons gevoel wordt er weinig onderbouwende context geboden door zowel voorstanders als tegenstanders van deze studies. Hoe wordt gameverslaving geconstateerd en betekent dit dat u uw kind moet verbieden om nog ooit een controller, toetsenbord of muis aan te raken?

    Media hype

    Het nieuws is er in het verleden al bovenop gesprongen, tal van programma’s hebben experts ingehuurd om hun woordje te komen doen en zogenoemde ‘slachtoffers’ zijn opgetrommeld om de kijkcijfers op te stuwen. Game-land heeft geschokt gereageerd en woest van zich afgebeten zoals verwacht, maar natuurlijk is er onder sommige gamers wel degelijk een gevoel van herkenning. Er zijn echter een aantal problemen met het vaststellen van gameverslaving; de wetenschap is er namelijk nog niet over uit hoe het nou precies allemaal zit en de puzzelstukjes moeten nog in elkaar gelegd worden in de komende maanden, zo niet jaren.

    Er zijn vele reacties geweest en fragmenten uit televisie programma’s, maar onze speciale aandacht gaat vooral uit naar het programma Rondom 10. Hieronder leest u meer over dit programma en de desbetreffende relevante uitzending en hoe men daar tegen dit ‘lastige’ onderwerp staat.

    Oordeelt u zelf.

    Rondom 10

    Het programma begint meteen al op de verkeerde voet, het zet gamers meteen in een kwaad daglicht. De gasten bestaan opvallend genoeg uit excentrieke figuren; de Limburgse jongen met het, voor veel mensen, vreemde (sterke) accent, een andere gamer die maar niet uit zijn woorden komt. Ze lijken een beetje, speciaal voor deze avond en uitzending, te zijn geselecteerd. Ook de beelden van een avondje gamen zijn erg suggestief en het beeld wordt naar onze mening nogal veel herleid naar geweld. We zien ook meerdere malen een shot van sigaretten, waarmee het programma ons inziens graag ook de link legt tussen meerdere verslavingen. De visie van de programmamakers lijkt binnen enkele minuten duidelijk, maar gelukkig krijgen zij een sterk weerwoord van enkele deskundigen die inhoudelijk goed reageren.

    Een van die experts is de heer Lemmens. Hij geeft aan dat de diagnose voor gameverslaving niet zomaar gegeven kan worden op (alleen maar) basis van bijvoorbeeld het gespeelde aantal uren; “tijd kan een indicatie zijn van verslaving, maar is geen maatstaf”

    Ook zegt hij:
    “Je moet obsessief met games bezig zijn, het moet zó erg zijn dat het problemen oplevert op sociaal of emotioneel vlak en dat je, ondanks die problemen, je gamegebruik niet (meer) kan controleren”

    Nog belangrijker is misschien wel dat de heer Lemmens zegt dat het geen officiële diagnose is en dat het onderzoek aan de hand van een simpele vragenlijst is verlopen. Hij merkt ook nog op dat een vragenlijst misschien helemaal niet de juiste manier of methode is voor het vaststellen van een gameverslaving.

    Ook de van Gamekings bekende Boris geeft zijn mening (wederom) in dit programma, na dit al te hebben gedaan in zijn eigen tv-programma. Hij is van mening dat er geen verband is tussen games en verslaving, maar zoekt de problematiek van de gameverslaafden juist in de achterliggende condities van het ‘slachtoffer’, wat hierna ook bevestigd wordt door een aanwezige behandelaar van een der gameverslaafde gasten die ook in de uitzending zit.

    Verder wordt er in het programma nog ingegaan op de leeftijdsgrens van games, en lichamelijke gevolgen en ongemakken van gamen. Deze hebben echter op gameverslaving zelf weinig betrekking, maar gaan meer over algemene gezondheid. Vele uren gamen is te vergelijken met het hebben van een stressvolle kantoorbaan waar men ook weinig beweging krijgt en de hele dag achter de schermen zit. Behalve de stress die uren achter elkaar gamen met zich meebrengt is de genoemde vergelijking voor ons verder niet relevant of interessant.

    conclusie:
    Games op zich lijken niet het probleem, er is vaak sprake van obsessief gedrag en/of achterliggende problematiek.

    Is gamen dan toch veilig?

    Ondanks dat het onderzoek geen garantie biedt, zoals de heer Lemmens al aangeeft door een vragenlijst niet als juiste vaststellingsmethode te beschouwen, zijn er toch veel mensen, zowel jongeren als volwassenen die probleemgedrag vertonen bij overmatig gamen. De vraag is en blijft of dit door het gamen zelf komt of door een achterliggend dieper probleem.

    Als de game er niet meer zou zijn, was het probleem dan opgelost of zou er dan gezocht worden naar een nieuwe vorm van gewoonteverslaving of zelfs een middelenverslaving? Moet een gameverslaafde in behandeling voor een gameverslaving of moet hij behandeld worden voor iets anders?

    Ook middelenverslaving heeft vaak een achterliggende oorzaak. Alcoholconsumptie om problemen (even) te vergeten, roken om stress te verminderen, blowen om rustig te worden etc. Misschien is gamen wel degelijk vergelijkbaar met andere verslavingen. Aan de andere kant is iedere gewenning een vorm van verslaving. Iemand die elke dag zijn tanden poetst en het opeens door bijvoorbeeld lichamelijk ongemak niet meer kan, zal dit als onprettig ervaren, de routine en gewenning wordt gemist. Het verslavingsprobleem ontstaat als er negatieve gevolgen zijn verbonden aan een gewenning of gewoonte. Dit is volgens de heer Lemmens bij ongeveer 2 tot 4 procent van de jongeren het geval. Het valt dus niet te ontkennen dat zij hulp nodig hebben om van het gamen af te komen, maar zij zullen ook hulp nodig hebben om het achterliggende probleem op te lossen; dus het achterhalen van waarom betreffende jongere juist vlucht in gaming.

    Fysiologie en gameverslaving

    Een van de kenmerken van een middelenverslaving is het vrijkomen van stofjes in de hersenen, iets wat ook voorkomt bij gewoonteverslaving. Het is één van de belangrijkste elementen van de verslavingspsyche. Bij de spanning en sensatie van de games komt een stofje vrij genaamd endorfine. Dit stofje zorgt er voor dat wij ons goed voelen. Lichaam en geest kunnen hier geen genoeg van krijgen. Er bestaat wel een controverse op het gebied van endorfineverslaving. Endorfine komt namelijk ook vrij bij gezonde activiteiten, zoals sport. En ook sporters kunnen verslaafd raken aan deze stof.

    Toch worden gamers bestempeld als verslaafd waar sporters worden bestempeld als gedreven. Dat terwijl sporters net als gamers ontzettend emotioneel kunnen reageren op hun prestaties en, wederom net als gamers, kunnen sporters ook in een isolement leven. Natuurlijk hebben we het hier over uitzonderingen, want niet iedere hardloper is een endorfineverslaafde atleet, maar eveneens is ook niet elke gamer per definitie endorfineverslaafd.

    In datzelfde programma Rondom 10 wordt ook het stofje adrenaline genoemd als boosdoener, omdat het cholesterol opwekt. Dit kan inderdaad gevaarlijk zijn, maar als we naar het dagelijks leven kijken van de gemiddelde volwassen Nederlander, dan hebben de meeste mensen sowieso te weinig beweging in hun leven, dat gamen niet aan de benodigde beweging bijdraagt kan beaamd worden, maar om de link tussen gamen en obesitas te leggen vinden wij sterk overtrokken en vergezocht. Daarnaast is adrenaline een stof die vrij komt bij intense spanning (bijvoorbeeld tijdens het gamen), iets waar je in de meeste games niet continu aan wordt blootgesteld.

    Ook schrijft het Trimbos instituut: “van alle volwassen Nederlanders heeft bijna 1% ooit in het leven een Obsessief Compulsieve Stoornis (OCS) gehad. Jaarlijks krijgt 0,5% voor het eerst een obsessief compulsieve stoornis.” Een groot aantal gameverslaafden zou met een vorm van OCS te maken kunnen hebben. Nu zal niet iedereen met OCS in contact komen met games en gameverslaving, maar mocht die kans erin zitten, dan zal deze 1% wel een risicogroep zijn.

    De digitale vlucht, MMORPG’s (Massively multiplayer online role-playing games)

    Geen betere plek om te vluchten dan in een digitale wereld, waar men een ‘nieuw’ leven op kan bouwen en een andere identiteit kan aannemen en waar men de alledaagse problemen en werkelijkheid even kan ontvluchten. Het is de lokroep van gameverslaving, de MMO’s (massively multiplayer online games) lijken verantwoordelijk te zijn voor een groot deel van de gameverslaafden.

    Het gevaar in spellen als World of warcraft zit hem ons inziens eerder bij het volwassen publiek. Deze games hebben vaak een sociaal aspect waar jongeren nog niet zo begaan mee zijn. Veel guilds (een groep mensen die samen spelen) nemen dan vaak ook alleen maar mensen aan van 18+. Men ziet ook vaak dat er in jongere groepen weinig orde is en vooral chaos ontstaat. Hierdoor verandert de spelervaring voor de jeugdigen en achten wij ze minder gevoelig voor de MMO gameverslaving. Toch zijn er ook erg veel spelers in World of Warcraft die gewoon een normaal alledaags leven leiden en zonder problemen genieten van hun digitaal alter ego. Dit roept weer de vraag op of gameverslaving wel een verslaving is aan games of dat het te maken heeft met een obsessieve stoornis waarbij gamen simpelweg het middel is.

    In het programma Rondom 10 wordt door een der gasten gezegd dat het probleem in MMORPG’s is, dat er geen einde aan zit, al heeft dit ons inziens voornamelijk te maken met de individuele doelstelling; iemand kan er voor kiezen om het spel uitgebreid of simpel te spelen, er zijn meerdere manieren om het spel te spelen en meerdere varianten mogelijk om het pad te belopen,maar feit blijft dat het voor obsessieve gamers erg lastig is om (zichzelf) een halt toe te roepen.

    De stelling ‘er komt geen einde aan een game, het gaat maar door’ gaat ons inziens ook niet op voor andere gamegenres in de industrie. Zo kan men bij FIFA 2010 elke keer opnieuw met een ander team gaan voetballen en ook in dit genre komt er elk jaar een nieuwe versie uit, waar de voetbalfans ook geen genoeg van kunnen krijgen. Kortom het argument dat er geen einde zit aan MMO’s is naar onze mening overdreven en afhankelijk van de speelwensen en speeldoelstellingen per individuele speler.

    Een lineaire doel

    De stelling ‘er komt geen einde aan een game, het gaat maar door’ gaat ons inziens ook niet op voor andere gamegenres in de industrie. Zo kan men bij FIFA 2010 elke keer opnieuw met een ander team gaan voetballen en ook in dit genre komt er elk jaar een nieuwe versie uit, waar de voetbalfans ook geen genoeg van kunnen krijgen. Kortom het argument dat er geen einde zit aan MMO’s is naar onze mening overdreven en afhankelijk van de speelwensen en speeldoelstellingen per individuele speler.

    WCG – World cyber games

    In tegenstelling tot de meeste verslavende middelen of gewoontes heeft gamen ook veel positieve effecten op ons. Games zorgen voor intellectuele uitdagingen door ons aan het denken te zetten. Games kunnen sociale vaardigheden versterken en mensen met elkaar in contact brengen, hoewel dit niet vergelijkbaar is met ‘echt’ contact. Games bevorderen motoriek, zorgen voor competitie en voor sommigen zelfs een doel in het leven.

    Als negatieve effecten dienen opgemerkt te worden; tal van lichamelijk klachten zoals RSI, rug en nek klachten en de huidige 3D technologie die zelfs evenwichtsproblemen bij kinderen blijkt te veroorzaken.

    Op dit moment zijn echte sporten als bijvoorbeeld de olympische spelen nog steeds populairder dan de ‘World cyber games’, maar met de huidige trend zal de digitale variant van sport ooit de ‘echte’ variant voorbij gaan in populariteit. Steeds meer games worden door toeschouwers bekeken, zoals bijvoorbeeld Starcraft 2, waar commentaar wordt gegeven tijdens het spel door mensen via live broadcasts. In Korea zijn professionele gamers al net zo beroemd als popsterren in Amerika. Stadions zitten vol met fans om te kijken naar een potje Starcraft tussen de twee beste spelers van de wereld.

    Deze spelers mogen zich ook atleten noemen, zij trainen iedere dag 8 uur om tot de professionele top te kunnen behoren. Zijn zij dan ook verslaafd? Waarschijnlijk zouden zij moeite hebben om zonder de game door het leven te gaan, maar zij vertonen net als veel andere gamers geen problematisch gamegedrag.

    Conclusie

    Wij zijn van mening dat games op zichzelf niet de boosdoener van verslaving zijn, maar slechts een eventueel gevolg van (ander) problematisch gedrag. Iemand kan dus wel degelijk gameverslaafd zijn, maar dit wil absoluut niet zeggen dat games verboden zouden moeten worden of dat het aan banden gelegd moet worden. Games en de meeste vormen van entertainment zijn een vorm van ontspanning en in sommige gevallen een vorm van sensatie. Het is maar in enkele gevallen zo dat games tot problemen leiden, met dien verstande dat de problemen al sluimerden/aanwezig waren bij de persoon in kwestie, voordat de games aan hem of haar gepresenteerd werden. Games onderscheiden zich op veel manieren van de bekende verslavingen en heeft ook op veel minder mensen het verslavende effect dat we van bijvoorbeeld alcohol en tabak kennen. Desalniettemin verdient gameverslaving wel degelijk aandacht en ‘helpikbenverslaafd’ zal die aandacht dan ook aan eenieder bieden die zich hier wil presenteren met zijn of haar probleem.

    Gameverslaving is niet de aandoening maar het gevolg van een aandoening.

    Links naar video’s over gameverslaving en de effecten van games
    Rondom 10 aflevering
    Ted-talk over de positieve effecten van games (Engels)
    Penn and teller’s bullshit over games (Engels & Slecht taalgebruik)
    Discovery Gamer generation (Engels)

  • Test je verslaving

    Hieronder vind je linkjes naar uitgebreide verslavingstests van onder andere het Jellinek. Let wel deze tests zijn slechts een indicatie en geen definitieve uitslag. Test je verslaving!

     

    Veel mensen on onze maatschappij hebben wel eens te maken met verslaving, maar wanneer loop je risico en wanneer spreken we over een verslaving. Deze tests geven een indicatie van een mogelijk verslaving of een verslaving in spe.
    Heb je een vermoeden dat een vriend, familielid of kennis verslaafd is? Dan kan je deze test natuurlijk altijd naar schatting invullen, maar het is altijd beter om in geval van mogelijke verslaving professioneel advies te vragen. Dat kan al bij uw huisarts of bel een van de hieronder genoemde infolijnen.